Gebied in beeld: Flevoland

Flevoland is de nieuwste provincie, maar wel een van de oudste LEADER-gebieden, namelijk sinds 1994.

 

Flevoland is na de Tweede Wereldoorlog door grootschalige landwinning ontstaan uit het IJsselmeer. De landaanwinning had oorspronkelijk als doel om nieuwe landbouwgronden tot ontwikkeling te brengen en om te zorgen voor huisvesting voor de groeiende bevolking. 

 

De afgelopen jaren is er steeds meer oog gekomen voor nieuwe functies. Ook worden behoud van voorzieningen en sociale cohesie in de kernen steeds belangrijker.

 

In de LOS van LEADER Flevoland zijn drie thema’s benoemd: versterking van de sociale cohesie, versterking van de economie door een betere relatie tussen steden, dorpen en landbouw en vergroten van de plattelandsrecreatie en, als laatste, versterking van de duurzame ontwikkeling van het platteland.

Coördinator Lique Hafkamp legt uit: “Vooral op het eerste thema, sociale cohesie, komen aanvragen binnen, bijvoorbeeld het realiseren van speel- en ontmoetingsplekken in de dorpen. Ook op het thema economie begint het te lopen, waarbij het ook kan gaan om een combinatie met het versterken van het erfgoed, dat we in onze relatief nieuwe provincie ook hebben. Wat opvalt is dat er bij dit soort projecten altijd veel vrijwilligers betrokken zijn. 

Een mooi voorbeeld is de aankoop en het opknappen van een oude botter op Urk, als toeristische trekpleister. Andere mooie voorbeelden zijn de middeleeuwse Burcht van Kuinre die zichtbaar en beleefbaar wordt met interactieve visualisaties, verhalen en routes en de bouw van een kleinschalige mouterij met ontvangstruimte. In de feedback op de pré-toets nemen we steeds vaker tips mee op het thema Duurzaamheid om de aanvrager te stimuleren daarin mogelijkheden te zien en uit te werken.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen investeringsprojecten met een subsidiepercentage van 60% en voor overige projecten met een percentage van 80%. In beide gevallen geldt een minimum subsidie van € 50.000 en is het maximum subsidiebedrag € 250.000. .

 

Lique: “Deze bedragen betekenen dat we over het algemeen wat grotere projecten binnenkrijgen. Op dit moment is zo’n 60% van het budget toegewezen aan projecten. Voor projecten die minder dan € 50.000  willen aanvragen, is er een kleineprojectenregeling in het leven geroepen. Deze subsidie bestaat voor de helft uit geld van de provincie en voor de andere helft uit een bijdrage van de gemeenten. De aanvragen worden door de LAG beoordeeld aan de hand van dezelfde thema’s uit onze LOS. Je zou het kunnen zien als de opvolger van het provinciale fonds Leefbaar Platteland, maar dat nu onder de LEADER-vlag wordt uitgevoerd”.

 

Aanvragers worden voor indiening in de regel vooraf getoetst: “Met een pré-toets kijkt de LAG alvast mee en geeft feedback. Dit heeft voor aanvragers toegevoegde waarde en verhoogt de kansen op een succesvolle aanvraag. Of andersom gezegd: als je je aanvraag niet vooraf laat toetsen, wordt deze meestal afgewezen”.

 

De LAG heeft verder geen rol in het voorstadium, maar beperkt zich tot het beoordelen van de ingediende aanvragen: “We doen ook niet aan pitches tijdens de LAG-vergadering. Aanvragers wordt wel gevraagd om een filmpje te maken en dit bij de aanvraag mee te sturen. Dit wordt ook meegenomen tijdens de beoordeling. We merken dat het positief werkt, omdat de LAG-leden dan een beeld hebben van de aanvrager en de locatie van het initiatief.”

 

De LAG bestaat uit 13 leden en een onafhankelijke voorzitter die niet stemgerechtigd is. Elk van de zes gemeenten wilde een medewerker in de LAG afvaardigen, maar omdat overheden niet de meerderheid mogen hebben, betekende dit dat er nog tenminste zeven andere leden bij moesten wordengezocht: “We hadden een wat lastige start, omdat we gelijk op zoek moesten naar een nieuwe voorzitter. Ik heb in het begin energie gestoken om van de LAG een team te maken, bijvoorbeeld door het organiseren van een team-uitje en de LAG-vergaderingen ontspannen en fijn te laten verlopen”.

Scroll naar boven